Drinkwater in West-Vlaanderen bevat resten van schimmelbestrijder: dit weten we over effect van triazolen op gezondheid
Volgens minister Brouns kunnen er 10 keer meer resten van schimmelbestrijders in het drinkwater zitten dan Europa toelaat, zonder dat dat problemen oplevert voor de gezondheid. Maar over die gevolgen voor de mens is er tot nu toe nog maar weinig geweten. Bovendien zijn triazolen slechts één van de vele toxische stoffen die in het milieu belanden, en dus ook in ons drinkwater.
De Watergroep mag van minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (CD&V) drinkwater blijven winnen dat meer triazolen bevat dan Europa toestaat. Dat meldde VRT NWS gisteren. Die triazolen zijn een reststof van een pesticide die in de landbouw gebruikt wordt, maar ook in geneesmiddelen zit. Het probleem doet zich vooral voor in de Westhoek.
De Europese norm stelt dat er hoogstens 0,1 microgram 1,2,4-triazool per liter in het drinkwater mag zitten. De Watergroep mat echter waarden tot 0,49 microgram, en eenmalig zelfs meer dan 1 microgram. Minister Brouns legde de lat voor enkele specifieke waterbekkens daarop 10 keer hoger, op 1 microgram per liter. Zo kan De Watergroep drinkwater blijven produceren.
Hoe ongezond is dat nu? Eerst en vooral: de Europese norm van 0,1 microgram zegt niets over mogelijke gezondheidseffecten. Het is een technische norm die vastgelegd werd in het kader van de Europese Drinkwaterrichtlijn.
"Het is een standaardnorm die voor elke pesticide geldt, zonder toetsing over hoe toxisch die concentratie is", zegt Pieter Spanoghe, professor Gewasbescherming (Ugent). "Men vatte in de jaren 80 het idee op dat we geen pesticiden in het water willen. En 0,1 microgram was toen de detectielimiet." De lat werd dus gelegd op de laagste concentraties die toen gemeten konden worden.
Norm herberekend
Om de gevolgen voor de gezondheid in te schatten, won minister Brouns advies in bij het Departement Zorg en Gezondheid.
Het Departement Zorg merkte op dat er weinig toonaangevende internationale instanties gezondheidsnormen hebben vastgelegd voor specifiek 1,2,4-triazool in drinkwater. De Wereldgezondheidsorganisatie en het EPA, het Amerikaans Milieuagentschap, hebben dat bijvoorbeeld niet. De Verenigde Staten hanteren de standaardnorm van 30 microgram die geldt voor alle pesticiden waar geen specifieke normen voor vastgelegd zijn.
VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, bekeek op zijn beurt de beschikbare informatie over de structurele eigenschappen van de stof. Het besloot dat 4,5 microgram per liter "gezondheidskundig (zeer) veilig" moet zijn. Dat is dus 45 keer hoger dan de Europese norm, en 4 keer meer dan wat er in de Westhoek is gemeten.
Dat alles deed minister Brouns besluiten dat de norm tijdelijk verhogen naar 1 microgram per liter geen problemen zal opleveren voor de gezondheid van de meer dan 600.000 West-Vlamingen die het drinkwater gebruiken.
Ook Greet Schoeters ziet "geen acuut gezondheidsgevaar". Schoeters is professor emeritus Biomedische Wetenschappen aan de universiteit van Antwerpen en expert milieugezondheid bij VITO (maar was niet betrokken bij de norm die VITO opstelde). "Maar men volgt de concentraties best goed op. Die mogen niet verder toenemen."
Ratten en schimmels
Toch wijst Schoeters ook op een onaangename waarheid. "Er zijn zeer weinig gegevens beschikbaar over de toxiciteit in de mens", zegt ze. Met andere woorden: we weten niet goed hoe ongezond 1,2,4-triazool precies is.
"Over de blootstellingsroutes en mogelijke gezondheidseffecten bij de mens zijn er weinig gegevens beschikbaar", merkte ook het Departement Zorg op. "Beschikbare studies bij voornamelijk ratten en muizen geven aan dat 1,2,4-triazool het centrale en perifere zenuwstelsel kan aantasten, dat het effecten kan hebben op voorplantingsorganen en dat het hematologische veranderingen (in het bloed of merg, red.) kan veroorzaken."
Maar die proefdieren kregen dosissen die tot 1.000 keer hoger liggen dan de concentraties in het West-Vlaamse drinkwater.
Toch vertrouwt Europa het zaakje niet helemaal. Metconazool, de schimmelbestrijder die de oorzaak is van de triazolen in het drinkwater, staat op Europese lijst van gewasbeschermingsmiddelen waar een vervang product voor gevonden moet worden, net omdat er zo weinig bekend is over de gezondheidseffecten.
En dan is er nog de kwestie van resistentie. Doordat er zo veel triazolen circuleren in het milieu, dreigen schimmels er bestand tegen te worden. Daardoor kunnen sommige dodelijke schimmelinfecties die bij de mens voorkomen, minder goed behandeld worden. Katrien Lagrou van het UZ Leuven waarschuwde gisteren al dat het aantal resistente schimmelinfecties in België op 10 jaar tijd verdubbeld is.
Hoeveel gifstoffen in het milieu aanvaarden we?
Marjolein Visser, professor Landbouwsystemen en Agro-ecologie aan de ULB, onderzoekt al langer de link tussen pesticiden en gezondheidsproblemen. Zij noemt triazolen "slechts een druppeltje van de tsunami die op ons afkomt".
"Herbiciden, insecticiden, zware metalen, PFAS… Al die stoffen krijgen we nog nauwelijks uit het drinkwater gefilterd, maar het cocktaileffect op de gezondheid valt nauwelijks te onderzoeken. Je kan dus nooit één enkele boosdoener met zekerheid aanwijzen. Toch gebruiken we die stoffen al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ze breken amper af in het milieu en van generatie op generatie wordt het probleem erger."
Ze wijst erop dat het vaak tientallen jaren duurt voor de effecten op de gezondheid duidelijk worden. Dat was bijvoorbeeld het geval bij glyfosaat.